Ellen heeft blijkbaar de blog gelezen, want op dinsdag krijg ik per sms een verzoek om haar niet meer te vernoemen in mijn verhaal. Waarvan akte; ik zal vanaf heden niet meer vermelden wat ze (misschien) doet of (vooral) niet doet. Maar ik verdom het om het verhaal van Nadines herstel te verdraaien of te verbloemen. Ook niet als dat herstel – net nu ze dingen op rijen begint te zetten – mogelijks geremd wordt door groot verdriet. Noch ga ik de naam van de blog wijzigen. Niemand wordt verplicht deze schrijfsels te lezen.
Het lijkt of Nadine deze rimpel in de tijdlijn aanvoelt want ze belt me verschillende keren in de loop van de dag. Het therapeutisch programma is nog niet vol gepland en Nadine slaagt er niet in om zich zelfstandig op een taak toe te leggen. Ik print een grote lijst af met dingen die ze kan doen als ze toch even alleen op de kamer moet blijven en zet er onderaan een foto van ons bij.
Tegen vijf uur klik ik de pdf-bakker op pauze en rij ik naar Duffel. Ik mag mama aflossen en Nadine lijkt op van de zenuwen. De nieuwe therapieën zullen wel een aanpassing vragen en misschien is het maar goed dat Nadine niet meteen een dagvullend programma krijgt. Niets zo goed tegen de wubbes als een wandeling en we stappen door een druilregen een verkorte route die als altijd eindigt in de cafetaria. Dinsdag is frietjesdag en we bestellen twee porties. Nadine heeft pas een broodjesmaal binnen, maar voor frieten heeft ze nog wel wat plaats. Dan volgt het avondritueel en wanneer ik rond half acht merk dat Nadine overmand wordt door de slaap ga ik aan de verpleger haar medicatie vragen. Ik druk me nogal onhandig uit en zeg dat Nadine "op punt staat om te vertrekken". De man verschiet zich een zichtbaar bultje; de ontsnapping van Nadine vorige week laat duidelijk nog sporen na. Ik verontschuldig me voor het misverstand en ga het zuigtabletje bezorgen op kamer 7. Ik blijf extra lang 'Bejeweled Blitz' spelen op de iPhone terwijl Nadine de slaap vat, want ze is nog wat onrustig en ik voel dat ik vanavond een record ga spelen.
Woensdag lijkt een goeie dag voor Nadine, want ik krijg maar enkele telefoontjes. Als ik haar iets vraag over de oefeningen die ze maakt, kan ze omstandig antwoorden. Ze klinkt opgewekt en ik kijk uit naar de avond. En die opgeruimdheid is 's avonds niet verdwenen, al blijkt vermoeidheid nog steeds de aartsvijand van de helderheid bij Nadine.
Als ik vermeld dat ik nog iets wil gaan eten in de cafetaria is ze enthousiast dat ze ook nog iets kan eten en ik maak me een beetje zorgen over kwaliteit of kwantiteit van het avondmaal van de instelling. Als we aan de verpleegster toestemming vragen om het alarm even af te zetten om buiten te gaan, stel ik de vraag rechtuit. Het antwoord van de ervaren verzorgster zet me op een verkeerd been; ongeremde eetlust kan een symptoom zijn van 'de toestand' van Nadine. Dus mijn grote vreugde over de teruggekeerde appetijt van mijn schatje was misschien een beetje voorbarig en snoepen wordt een aandachtspuntje. Dus houden we het die avond bij een tasje thee.
De stemming van Nadine is zo onvoorspelbaar als het weer, want donderdagochtend krijg ik verschillende oproepen van Nadine om haar te komen halen. Ze klinkt een beetje wanhopig want het wachten tussen het ontbijt en de eerste therapie om 10 uur, is voor haar een beproeving. De concentratie om een oefening te doen in afwachting van begeleiding lijkt zoek en verveling en doelloosheid hollen de klaarheid van denken nog verder uit. Ik herhaal telkens hetzelfde verhaal; de noodzaak van haar behandeling en het feit dat we reuzeblij mogen zijn dat ze nu daar is en niet meer in het ziekenhuis.
Ik krijg er kop noch staart aan dat haar gestemdheid zo van dag tot dag kan verschillen en wens in gedachten de therapeuten van die dag veel sterkte. Als ik 's avonds de instelling wil binnenwandelen, is de voordeur gesloten. Ik vraag de verpleger die komt opendoen of Nadine oorzaak is van dit nieuwe gegeven en hij knikt en zegt "ze heeft geen te beste dag". Ik ontmoet een Nadine die schreiend in mijn armen valt. Ik heb al mijn geduld nodig om haar ontmoediging om te buigen naar bereidheid. Buiten drijven donkere wolken voorbij. De Kapel van het Niets is zwarter dan ooit tevoren en ik moet zelfs weinig moeite doen om de eetlust van Nadine af te remmen als we de wandeling eindigen in de cafetaria. Wanneer we terug op de kamer zijn, help ik Nadine op weg om enkele oefeningen te verstaan en we kijken wat tv. Het intriest verdriet van Nadine heeft haar uitgeput, want ze slaapt nog vroeger dan anders. Ik moet haar zelfs even terug wekken om haar het zuigtabletje toe te dienen. Als haar ademhaling eenmaal rustig wordt, schrijf ik een brief voor de volgende ochtend in de hoop dat het haar helpt om met het juiste been uit bed te stappen. Ik ben blij dat ik mijn zinnen daarna nog even kan verzetten bij de zelfhulpgroep en ik krijg bevestiging dat het een goeie zaak was dat ik de fakkel daar doorgaf aan mensen die nog niet zo lang in de beweging zijn.
Als ik vrijdagochtend de eerste oproep krijg van Nadine, weet ik het meteen; de aprilse grillen zijn weer even verleden tijd. Nadine is opnieuw zo monter als eergisteren. Ik slaag er zelfs in om ze per sms aan het dichten te krijgen als alternatief voor teveel telefoontjes.
Het zal goed voor haar zijn dat de volgende weken haar agenda nog meer gevuld zal worden. In de loop van de voormiddag neem ik even contact op met Dorota, de behandelende psychologe, in verband met het weekend. Nadine wordt geacht tot zaterdagmiddag op Cepos te blijven, ook als ik ze vrijdagavond mee zou kunnen nemen ... Ik vraag of het een goed idee is om met haar te gaan zwemmen en Dorota legt me uit dat dat niet zonder risico is, omdat Nadine bij momenten niet in staat is om meerdere dingen tegelijk uit te voeren. "Bijvoorbeeld schoolslag en tegelijk naar knappe mannen kijken", voeg ik er schalks aan toe. Ik schuif de zwembeurt enkele weken verder door in mijn agenda. Het geplande overleg over het therapeutisch pakket wordt ook een weekje verzet, want door de paasvakantie zijn niet alle onderzoeksresultaten tijdig klaar.
In de namiddag rij ik met het autootje van mijn broer naar het autokerkhof met specialisatie in Aziatische merken, waar ik een tweedehands ruit bestelde. De ruit die voor mij was klaargezet, blijkt al verkocht aan een andere klant en ik mag toekijken hoe een medewerker een andere ruit demonteert uit een wagen die in een muur van schroot staat. De extra tijd die dat alles kost, kom ik daarna te kort om de ruit bij de auto van mijn broer in te bouwen en ik tart de weergoden door terug met de moto naar Duffel te rijden. Het voordeel is dat het makkelijker is om aan Nadine uit te leggen dat ze nog niet mee kan naar Wijnegem.
Nadine is nog steeds zo opgewekt als tijdens de voormiddag, maar er komen toch weer enkele wolken verwarring opzetten als de vermoeidheid toeneemt. We hebben geluk met het weer want we wandelen de hele toer in een erg lokale opklaring en Nadine maakt enkele foto's met haar gsm. Dat het vrijdag de dertiende is, heeft op ons even weinig effect als 1 april dat had, of zelfs Pasen. Meer en meer gaan onze gesprekken over de toekomst; wat we allemaal gaan doen als Nadine hersteld is en Cepos definitief zal mogen verlaten. Vanaf morgen gaan we oefenen hoe we dat gaan doen, maar in de voormiddag moet Nadine zelf nog enkele oefeningen maken.
De dagelijkse blogberichtjes werden wat kort om ze afzonderlijk te posten, maar nu ik dit (werk-)weekoverzicht bekijk, is het misschien weer wat té lang. Waarvoor mijn verontschuldigingen. Veel van wat we doen, heeft te maken met (af)wegen en bijsturen, al staan we er zelden bij stil welk een voorrecht het is om (doordachte) keuzes te mogen en te kunnen maken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten