Rond vier uur krijg ik telefoon van de mama van Nadine om te melden dat ze vandaag thuis blijft; ze is verkouden en wil Nadine niet 'aansteken'. Zo gauw ik dit weet, rond ik mijn taak op het werk af en vertrek ik naar het ziekenhuis, want de gedachte dat Nadine tijdens het bezoekuur geen gezelschap heeft, maakt me onrustig. Als ik de gang van de revalidatieafdeling betreed, zie ik boezemvriend Pieter aan de kamer van Nadine staan. Hij wacht even op de gang want een verpleegster is Nadine aan het verzorgen. Zijn blik is bezorgd en ik merk snel waarom; ik ontmoet een Nadine die volledig overstuur is, bijna paniekerig. Ze zit gevangen in hallucinaties over 'mensen die het slecht met haar voorhebben en bendes die haar willen vermoorden' … Ze smeekt me om hulp en ik kan er enkel tegenover zetten dat alle mensen om haar heen haar willen helpen en verzorgen. Pieter merkt op – wat ik ook al enkele keren kon vaststellen – dat Nadine rustiger was toen hij ermee door de gangen wandelde. Hij ziet dat al mijn aandacht naar Nadine gaat, die van Nadine naar mij, en neemt tactvol afscheid, maar niet voor Nadine nog een pluim te hebben gegeven voor haar vooruitgang op fysiek vlak . Ik heb nog bijna drie kwartier nodig om Nadine gerust te stellen dat al die negatieve dingen in haar hoofd plaatshebben en niet tot de werkelijkheid behoren. Het besef dat ze de controle over haar denken kwijt lijkt te zijn, maakt haar intens verdrietig en ik probeer telkens de geladenheid van het moment te doorbreken door iets anders te gaan doen. De trappenhal is de lievelingsplaats van Nadine in dit ziekenhuis en we wandelen in de loop van de avond meermaals de zeven verdiepingen naar beneden.
De rest van de avond kent zijn dagelijkse routine en ik ben echt blij dat ik Nadine rond acht uur kan toedekken om even later mijn voetjes onder tafel te schuiven bij Rita en Hendrik. Ik kan er mijn bezorgdheid uitspreken en mag andermaal rekenen op veel begrip en medeleven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten